19 december 2018

KERST MET BUBBELS

 

Kerst 2012

Het is midden in de nacht, zes dagen voor kerst. Mijn broer pakt zijn nieuwe camera en probeert een foto van mij te maken. Ik probeer me te verschuilen achter een kop koffie en lach om zijn reactie wanneer de “smilesensor” van de camera slechts 30% aan geeft.

We zijn op Schiphol; mijn broer, zijn vrouw, mijn moeder en ik. We wachten op onze vlucht die ons naar Grancanaria zal brengen.

Mijn broer start de camera en steekt van wal. Hij maakt een filmpje van ons, begeleidt door zijn vrolijke en grappige stem waarmee hij een reporter nadoet. Ik slik nog een slok koffie weg en hoop dat de brok in mijn keel mee zal zakken.

Mijn broer is ziek, ernstig ziek, dit wordt zijn laatste kerst. Onze laatste kerst.

Mijn broer stopt de camera en knikt tevreden. “Dit eerste filmpje is gelukt” zegt hij, “Kunnen jullie mij volgend jaar met Kerst tenminste ook nog zien” en hij knipoogt naar zijn vrouw.

 

Uren later landen we op Grancanaria. We worden opgevangen en met een bus naar het hotel gebracht. Op onze kamer genieten mijn moeder en ik van het uitzicht. Wat een geweldig hotel en wat heerlijk om straks een zomerjurkje aan te kunnen trekken.

Na een korte klop op de deur laat ik mijn broer binnen. “Ik kom even kijken hoe jullie kamer er uit ziet” zegt hij. In zijn hand heeft hij een fles champagne. “Deze is voor jou, Miek”. “Hij stond bij ons op de kamer maar ik mag nu toch niet drinken vanwege die chemo en jij lust wel wat bubbels” lacht hij.

Dat klopt. Ik ben gek op wijn en champagne, en eigenlijk op alles met een vleugje alcohol. Tijdens mijn studententijd heb ik uitgebreid getest waar mijn voorkeur lag en ja, die bubbels laat ik niet staan.

Mijn broer en ik lieten vroeger met Oud & Nieuw graag een flesje knallen toen we nog thuis woonden. Ik stond dan altijd op meters afstand wanneer hij de kurk van de fles schoot. Bang dat hij op mij zou schieten.

Deze fles champagne zal ik mij zeker goed laten smaken, ik geef mijn broer een kus en wens in gedachten dat hij ook een glas zou kunnen drinken.

 

Tijdens deze vakantie geniet ik intens van het samenzijn. Op 24 december stappen we op een boot om dolfijnen te kunnen spotten. Een van de laatste wensen van mijn broer. Met zijn camera maakt hij meer dan 100 foto’s en enkele filmpjes van deze tocht.

Op eerste kerstdag word ik wakker met een, naar en dubbel, gevoel.

Ik zie mijn moeder buiten zitten. Ik sta op en loop naar haar toe. Ze heeft tranen in haar ogen, samen kijken we naar de zon die op komt.

Woorden zijn overbodig, het gevoel is overweldigend.

Later aan het ontbijt laat mijn broer foto’s zien van de zon. “De zonsopkomst was zo mooi vanochtend, ik moest er even een fotootje van maken” zegt hij.

Die avond genieten we van een heerlijk diner en van de gezelligheid van het personeel. De afgelopen dagen zijn de gezichten van de medewerkers ons bekend geworden en in gebrekkig Engels en Spaans vliegen de grappen over tafel wanneer het volgende gerecht wordt geserveerd.

Dat is de kracht van mijn broer, hij kan heel makkelijk contact leggen, heeft altijd aandacht voor de mensen om hem heen en lacht altijd. Het is een perfecte avond.

De volgende dag maken we onze laatste foto’s. Foto’s die nu in ingelijst boven op de kast staan.

Mijn broer overlijd op 22 april 2013.

Hij overlijd in mijn armen.

 

Kerst 2013

Het is donderdagochtend een paar dagen voor kerst. Ik hoor de kerstliedjes uit de autoradio galmen.

Ik ben onderweg naar een Wijngaard waar ik een afspraak heb. Ik werk als docent maar ik bezoek deze wijnboer om met hem te bespreken of hij stageplaatsen kan bieden aan onze mbo- studenten. De kerstliedjes maken me niet vrolijk dit jaar. Ik zet de verwarming wat hoger en wrijf in mijn handen. Mijn gedachten gaan terug naar de kerst van vorig jaar.

Na een ritje van een half uur parkeer ik mijn auto bij het bedrijf. Met een zucht stap ik uit, “kom op Miek, plak die glimlach op”, spreek ik mijzelf toe.

 

Ik word hartelijk ontvangen door de eigenaar van het bedrijf. Hij is Nederlands maar straalt iets Frans uit. Na een kort gesprek in het kantoor stelt hij voor om mij de “wijnkelder” te laten zien. Deze kelder blijkt een grote loods te zijn waar de wijn in vaten wordt gemaakt en waar ontelbaar veel flessen wijn in dozen opgestapeld staan. Hij laat mij de kleine ruimte zien, gevuld met een aanrecht, kasten en een koelkast en verteld over de kwaliteitscontroles die ze uitvoeren om zo de perfecte wijnen te kunnen garanderen. Ik knik geïnteresseerd en ben onder de indruk van dit bedrijf.

Net voor we de ruimte verlaten vraagt hij of ik champagne lust. Ik frons mijn wenkbrauwen en stamel “ja, zeker, erg lekker”. Ik kijk hem niet begrijpend aan maar op dat moment opent hij de koelkast en haalt er een fles champagne uit. “Kijk, zegt hij, dan is deze voor jou”. “Het is een goeie, ik heb er een prijs mee gewonnen”. Stom verbaast neem ik de fles aan. Wie verwacht er nu een fles champagne te ontvangen wanneer je in een loods staat met duizenden flessen rode wijn?

Ik niet.

Tijdens de terugweg heb ik een glimlach op mijn gezicht en rollen tegelijkertijd de tranen over mijn wangen.

Ik denk aan mijn broer en hoor hem in gedachten fluisteren; “Jij lust toch graag bubbels?”

 

Die eerste kerstdag zitten we aan het kerstdiner; mijn moeder, de vrouw van mijn broer en ik met mijn gezin. De foto van mijn broer die we maakten op tweede kerstdag op GranCanaria staat op tafel.

De champagnekurk knalt en ik …….. ik geniet van de bubbels en van de bijzondere band met mijn broer die ik nog steeds voel.